Aanleg

Voordat begonnen kan worden met de aanleg van SDI is het van belang het perceel in kaart te brengen en een plan te maken hoe de slangen gelegd moeten worden. Dus dan moet je nadenken over waar de aanvoer- en spoelleidingen komen en waar de pompunit komt te staan. Voor een goede aanleg is een vlak perceel nodig, zodat de slangen op gelijkmatige diepte komen te liggen voor een optimale werking. Na het leggen van de slangen moet op de kopakkers een geul gegraven worden voor de aanvoer- en spoelleidingen. Hierna wordt elke druppelslang met de aan- en afvoerleiding verbonden. Dit moet zorgvuldig gebeuren zodat er geen lekkages ontstaan. Bij het leggen van de aanvoerleidingen wordt ook bepaald waar de kranen voor de secties moeten komen, hetzelfde geld voor de spoelkranen op de spoelleiding.

Voor de aanleg van de druppelslangen in het veld beschikt Smartdrip over haar eigen machine. Met deze machine kunnen vijf druppelslangen tegelijk gelegd worden op een diepte van 15-25 cm. De onderlinge afstand van de druppelslangen kan variëren van 55-75 cm, afhankelijk van de toepassing. Voor een nauwkeurige aanleg wordt gebruik gemaakt van GPS, zodat de druppelslangen op een later moment altijd weer terug gevonden kunnen worden of diepere bewerkingen tussen de slangen uitgevoerd kunnen worden zonder schade te veroorzaken.

Nadat alles gekoppeld is worden alle slangen eerst een keer goed doorgespoeld zodat je schoon begint. Daarna volgt een controle of alles goed is aangesloten en er geen lekkages zijn. Wanneer dit in orde is kunnen alle gegraven geulen weer dicht gemaakt worden en opnieuw ingezaaid. Vanaf nu is het systeem operationeel en kan er begonnen worden met irrigatie en fertigatie programma’s uit te voeren.